FAQ

Is er nog iets niet helemaal duidelijk? Op deze pagina vind je alvast antwoorden op de meest gestelde vragen. Heb je nog andere vragen? Neem dan gerust contact op.

1. LSP

1.1 HANDSHAKE TUSSEN SCHEEPSAGENT (SA) EN LOGISTIEKE SERVICE PROVIDER (LSP)

Hoe als LSP een Handshake opzetten?

Als LSP stuur je een mail naar je Scheepsagent met de vraag om de handshake met U als LSP op te zetten. Vergeet niet je NxtEntityID te vermelden. Het is aan de hand van je NxtEntityID dat de SA in de IRP Portal de handshake moet opzetten.

Welk e-mail adres van de Scheepsagent moet ik gebruiken om een handshake aan te vragen?

We hebben aan de verschillende Scheepsagenten een e-mail adres opgevraagd. In bijgevoegde tabel kan je de opgegeven adressen terugvinden.

E-mailadreslijst raadplegen

1.2 DEMO LSP

Hoe gebruiken Logistics Service Providers het Inbound Release Platform?

Bekijk deze korte demo om te zien hoe een Logistics Service Provider door het Inbound Release Platform navigeert en het gebruikt.

2. TSD

2.1 EORI NUMMER

Daar kan je de PDF NL of PDF EN downloaden en ingevuld terugsturen naar het adres op het formulier.

2.2 UNION TSD

Kan de Uniestatus na activatie van de TSD nog worden toegekend via een amendment?

Goederen worden automatisch als niet‑Uniegoederen beschouwd bij het indienen van een TSD.
Overeenkomstig het Union Customs Code (UCC) worden goederen die onder tijdelijke opslag worden geplaatst, geacht niet‑Uniegoederen te zijn zolang hun Uniestatus niet is aangetoond.

Wanneer bij het indienen van de TSD geen Proof of Union Status (PoUS) wordt meegestuurd, worden de goederen door de AAD&A als niet‑Uniegoederen beschouwd en overeenkomstig behandeld, ongeacht hun feitelijke douanestatus.

 

Douanestatus systeemtechnisch wijzigen niet mogelijk.
Na activatie van de TSD kan deze niet geannuleerd worden en er kan ook geen amendment worden ingediend om alsnog de Uniestatus toe te kennen.

 

De lading kan in dat geval toch worden vrijgegeven.
Daartoe dient contact te worden opgenomen met het kantoor van toezicht dat bevoegd is voor de plaats van lossing.

Na een positieve beoordeling van de voorgelegde documenten en bewijzen kan de Competent Customs Officer (CCO) de TSD manueel aanzuiveren en de goederen vrijgeven.

2.3 TRANSPORT EQUIPMENTS

Hoe werken met cassettes en MAFI-trailers in een TSD?

Cassettes en MAFI-trailers worden voornamelijk gebruikt voor het laden en lossen van goederen van ro-ro-schepen.

 

Cassettes worden vooral gebruikt in de papiersector op shortsea-routes, waarbij ze worden opgepikt en neergezet door een tug of terminaltractor.

 

Voor containers is BR-PN-TS-028 van toepassing. Dit betekent dat het containeridentificatienummer moet voldoen aan ISO 6346 (formaat: ZZZZ9999999, bv. CSQU3054383).
SECU-eenheden kunnen daarom worden opgegeven in het element containerIdentificationNumber onder TransportEquipment.

 

Alle andere types eenheden moeten worden ingediend als SupportingDocuments (CL213).


Raadpleeg de bijgevoegde lijst met codes voor SupportingDocuments om de juiste code te selecteren:

  • Cassette (leeg): 8001
  • Cassette (vol): 8002
  • Trailer (leeg): 8003
  • Trailer (vol): 8004

 

Cassettes en MAFI-trailers die worden gebruikt in de breakbulkhandel worden niet beschouwd als “TransportEquipment” en vallen daarom buiten het toepassingsgebied van het IRP-proces.

Breakbulkgoederen die op deze Cassettes en MAFI-trailers worden geladen, moeten worden verwerkt overeenkomstig Hoofdstuk 8.5.1 (identificeerbare goederen) en Hoofdstuk 8.5.2 (niet-identificeerbare goederen) van de IRP Business Implementation Guide (IRP BIG).

Supporting document codes - CL213

Overzicht supporting document codes

13/11/2025
Supporting document codes - CL213
Bekijk het overzicht

2.4 TSD MET REN

Hoe vertalen meerdere outbound BL’s zich in het IE570 (Re-Export Notification) bericht?

Het Re-export notification (IE570) bericht wordt altijd aangemaakt voor de volledige TSD.

 

Verder is het zo dat in het Re-export notification (IE570) bericht het mogelijk is om 1 tot 99 TransportDocument mee te geven. Een overzicht vind je in de bijgevoegde tabel hieronder. 

 

 

Om dit te kunnen faciliteren is het tevens mogelijk om in de RENEnvelope 1 tot 99 outboundBL waarden mee te geven.

 

Voor elke outboundBL waarde meegegeven in de RENEnvelope zal vervolgens een transportDocument sectie opgenomen worden met type N705 en reference number gelijk aan de outboundBL waarde in het IE570 bericht.

Overzicht TransportDocument

13/11/2025

2.5 TSD VERPAKKINGSCODES

Hoe moet ik de verpakkingscodes gebruiken in een TSD en een vervolgaangifte?

Er zijn meerdere codelijsten met verpakkingscodes en die zijn bepalend bij het afschrijfproces.

 

1. Context

Bij het indienen en aanzuiveren van een TSD (Temporary Storage Declaration) moeten verpakkingscodes correct worden gebruikt. Dit is essentieel voor een juiste verwerking in Goods Accounting (GA) en IRP/CPu.

 

Deze verpakkingscodes zijn opgenomen in CodeList 017 (onderdeel van de PN/TS Message Implementation Guide). Deze lijst bevat alle mogelijke Package Types.

 

In de TSD en de vervolgaangifte die de TSD afschrijft (sectie 12 – voorafgaand document) moet de verpakkingscode niet gelijk zijn, maar ze moet wel uit dezelfde lijst komen.

2. Sub-lijsten binnen CodeList 017

Naast de hoofd-lijst bevat CodeList 017 twee belangrijke sub-lijsten:

  • CL017 (behalve de codes in CL181 en 182) – telbare goederen
  • CL181 – ontelbare goederen
  • CL182 – telbare goederen ‘niet verpakt’

Beide sub-lijsten zijn ook opgenomen in de PN/TS MIG.

 

Belangrijk: De codes uit CL181 en CL182 komen ook voor in CL017, maar hebben andere validatieregels.

3. Regels voor telbare goederen
  • Gebruik een verpakkingscode uit CL017, m.u.v. CL181 of CL182.
  • Aantal stuks moet worden meegestuurd.

Afschrijving gebeurt op aantal.

 

Opgelet: Indien de vervolgaangifte geen aantallen vermeldt, gebeurt de afschrijving op gewicht, met een marge van ±10%. Bij aanzuivering met meerdere aangiftes wordt eveneens op gewicht aangezuiverd zodra één van de aangiftes geen aantallen vermeldt. Zie ook het GA Basics document.

4. Regels voor Bulkgoederen in containers
  • Gebruik een verpakkingscode uit CL181.
  • Aantal stuks kan niet worden meegestuurd.
  • Afschrijving gebeurt alleen op gewicht (zie GA Basics-document).

 

Voorbeeld: Container met scrap metal → verpakkingscode VS (Bulk, scrap metal) + gewicht van de goederen.
 

Resultaat: afschrijving op gewicht.

 

Opmerking: bulkgoederen uit bulkschepen worden voorlopig nog in PLDA (CUSCAR) aangemeld.

 

Belangrijk: Bij gebruik van codes uit CL181 dient het “Marks & Numbers” veld leeg te zijn.  

Document codes - CL181

Overzicht document codes

29/12/2025
Document codes - CL181
Download
5. Codelist 182 (niet verpakte goederen)

Bij het gebruik van een code uit CL182 worden telbare goederen alleen op gewicht afgeschreven (met een marge van 10 % in + of - ). Hierdoor kan de goede werking van de Goods Accounting (douane) en daardoor ook van het IRP en CPu niet worden gegarandeerd. Mogelijk worden goederen vrijgegeven, voordat de vrachtlijst volledig werd afgeschreven. Het is zelfs onduidelijk wat het er in dit geval precies onder afgeschreven wordt verstaan.

 

Het wordt daarom zeer sterk afgeraden om verpakkingscodes uit CL182 te gebruiken. Scheepsagenten nemen deze codes bij voorkeur niet op in hun TSD. Er zijn in CL017 voldoende alternatieve verpakkingscodes beschikbaar. Dit belet aangevers van vervolgaangiften om zelf ook verpakkingscodes uit CL182 te gebruiken en voorkomt discussies over het afschrijven van de vrachtlijst en mogelijke voortijdige vrijgave op de terminals.

3 AFSCHRIJVEN TSD

3.1 AFSCHRIJVEN VIA IDMS

Is het aan te raden om een container af te schrijven op Master Consignment Item niveau?

Afschrijven om MCI is in dat geval mogelijk, maar niet noodzakelijk omdat het sowieso fysiek niet mogelijk is om een deel van de container af te halen op de terminal. Een gedeeltelijke vrijgave van de inhoud van een container biedt daarom geen meerwaarde.

Is het afschrijven op Master Consignment Item niveau ook mogelijk voor een TSD die meerdere items bevat?

Als je in de vervolgaangifte verwijst naar de TSD, maar niet een specifiek MCI daarin, telt de Goods Account van het aantal packages en gewicht naar beneden in functie van wat er wordt afgeschreven.

Kan ik op goods shipment niveau het volledige aantal packages en het volledige gewicht vermelden om zo de vrijgave van de container te triggeren?

Dit is zeker mogelijk. Je kan op die manier zelfs met meer dan 1 aangifte de TSD afschrijven. Het aantal afgeschreven packages in elk van die aangiften wordt in mindering gebracht van het totaal aantal packages van de TSD. Zodra het aantal af te schrijven packages voor de TSD op nul staat, komt die vrij voor ophaling op de terminal.

Moeten de aangeven HS-codes in de afschrijving in overeenstemming zijn met de HS-codes die vermeld werden in de TSD?

Neen, dat hoeft niet. Elke aangever is verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de eigen aangifte. Als de TSD volgens de aangever foute data bevat, moet die in aangifte wel juist zijn. Een aanpassing van de data in de TSD is niet nodig, behalve wanneer het zou gaan om een fout aantal packages waardoor je niet zou kunnen afschrijven.

Hoe moet ik het B/L-nummer of consignment nummer (bij ferry of short sea container) vermelden in mijn aangifte om de TSD correct af te schrijven?

Het B/L- of consignmentnummer dient vermeld te worden als transport document in de aangifte. Daarbij dient een ‘transport document type’ en een ‘transport document reference’.

 

Als reference dient het correcte B/L-nummer meegegeven te worden. Dit nummer kan bij het opstellen van de aangifte overgenomen worden uit de TSD vanuit de IRP User Interface of via de Import Consignment API.

 

Als type dient een keuze gemaakt te worden uit de door de douane gepubliceerde codelijst 754 (Type of Transport Document). Voor de maritieme sector zijn deze codes relevant:

  • N704 “Master Bill of Lading”
  • N705 “Bill of Lading”

Het is belangrijk om in de aangifte hetzelfde type transport document te gebruiken als in de TSD. Een verschillend type zal resulteren in een afschrijffout. Dit type kan bij het opstellen van de aangifte overgenomen worden uit de TSD vanuit de IRP User Interface of via de Import Consignment API. Voor uitgebreide informatie over het afschrijven, zie: PN-TS | FOD Financiën.

Welk voorafgaand document moet ik in de aangifte opgeven om een TSD te kunnen afschrijven?

Je geeft het CRN- of MRN-nummer van de TSD op als voorafgaand document, maar de toepassing is afhankelijk van de omstandigheden en de manier waarop de scheepsagent de TSD heeft opgesteld.

1. De vrijgave van de goederen op de terminal bepaalt de manier van afschrijven.

De vrijgave op de terminal kan gebeuren op niveau van het Master Consignment (MC of de hele TSD) of op niveau van het Master Consignment Item (MCI) in de TSD. 

  • Wie de goederen van de hele TSD in een keer beschikbaar wil maken op de terminal (bv. een hele container), kan op MC-niveau afschrijven.
    • Voor afschrijven op MC-niveau vermeld je het CRN- of MRN-nummer van de TSD als voorafgaand document (“reference”). Als type van het voorafgaand document vermeld je N337 in NCTS of IDMS, en 337 in een PLDA-aangifte.
  • Wie vrijgave wil van een deel van de goederen in de TSD, zonder de hele TSD af te schrijven (bv. een NCTS-aangifte voor een aantal auto’s in een TSD), zal specifieke MCI in de TSD moeten afschrijven.
    • Voor afschrijven op MCI-niveau gebruik je dezelfde data maar voeg je nog een specifiek MCI-nummer toe. Je gebruikt daarvoor de sequentiële nummer van de MCI in de TSD.

 

Het CRN- of MRN-nummer kan bij het opstellen van de aangifte overgenomen worden uit de TSD vanuit de IRP User Interface of via de Import Consignment API. Ook de TSD-inhoud kan, mits een “handshake” met de scheepsagent, worden opgehaald uit het IRP, waardoor de MCI-nummer van alle goederen beschikbaar zijn om te gebruiken in het voorafgaand document.

2. Schrijf je de vrachtlijst prelodged af of pas na het lossen?

In tegenstelling tot PLDA, wordt de vrachtlijst (TSD) in PN/TS pas geactiveerd na lossing van de goederen op de terminal. Om het bestaande, snelle logistieke proces te vrijwaren zal prelodged afschrijven vaak noodzakelijk zijn.

 

Prelodged afschrijven kan op basis van het CRN-nummer van de TSD, indien nodig aangevuld met een MCI-nummer.

 

Een prelodged aangifte moet na het lossen (= activatie van de TSD) worden geactiveerd met een bijkomend PN bericht naar het aangiftesysteem (IDMS of NCTS). Dit kan via uw aangiftesoftware. Pas dan wordt de vrachtlijst effectief afgeschreven en uw aangifte vrijgegeven.

 

Voor afschrijven na het lossen verwijs je in de aangifte naar het MRN-nummer van de TSD, indien nodig aangevuld met een MCI-nummer.

 

 

Voor uitgebreide informatie over het afschrijven, zie: PN-TS | FOD Financiën

3.2 FAVV AANGIFTES

Welke locatie codes gebruiken om een FAVV aangifte te triggeren?

Alleen als deze locatiecodes van FAVV-inspectiecentra worden gebruikt in de IDMS- of NCTS-aangifte zal een douanecontrole worden getriggerd die zal zorgen voor een oranje CSR in IRP en een oranje douanelicht in CPu, wat u toelaat om met de container naar het inspectiepunt te gaan.

 

Locationcodes of type A (= 3rd character in new unLoCode): te raadplegen in onderstaande bijlage.

Overzicht Locationcodes of type A

13/11/2025

Volgende richtlijn werd door AADA meegegeven bij deze nieuwe codes.

 

  • Deze nieuwe codes werken in alle douaneapplicaties (NCTS, PLDA, …) en vervangen de oude FAVV-locatiecodes opgenomen in de nota’s D/14/014 (toepassing PLDA in regio Antwerpen) en 2020/101/0020 (toepassing NCTS in regio Antwerpen). 

     

  • Bovenstaande nieuwe locatiecodes zijn locatiecodes van het type A. Het is belangrijk dat in de nieuwe aangiftecomponenten (NCTS, IDMS, …) het correcte type locatie (A) aangegeven wordt. Als kenmerk/qualifier moet U (UN/LOcode) ingeven.”
IDMS-proces

In IDMS wordt behalve met de locatiecode ook rekening gehouden met de certificaten in de aangifte om te bepalen welk controletype er wordt toegekend:

  • 51 =  phytosanitaire controle
  • 52 = veterinaire controle
NCTS- proces

In NCTS wordt behalve de locatiecode ook rekening gehouden met de HS-codes in de aangifte om te bepalen welk controletype er wordt toegekend:

  • 51 =  phytosanitaire controle (HS-Codes beginnend met 06 t.e.m 14)
  • 52 = veterinaire controle(HS Codes beginnend met 01 t.e.m. 05)
  • 50 = FAVV-controle die niet bepaald kan worden op basis van de HS-code (HS Codes beginnend met 15 t.e.m. 99)

Dit vind je misschien ook interessant